Het herstel


Revalideren

Herstellen na een amputatie is zeer belangrijk en kost veel tijd en energie. De lengte van de revalidatie hangt van verschillende factoren af, bijvoorbeeld van de oorzaak van de amputatie, het amputatieniveau, het revalidatieprogramma, je fysieke gesteldheid en je doorzettingsvermogen en motivatie.

Revalideren is herstellen. Herstellen van de operatie, zowel fysiek als mentaal. Je bent zelf een grote factor in het revalidatieproces. Je mogelijkheden, wensen, actieve deelname aan het revalidatieprogramma en uw doorzettingsvermogen zijn belangrijke factoren tijdens de revalidatie. Samen met een team van specialisten, waaronder bijvoorbeeld de revalidatiearts, ergotherapeut, fysiotherapeut, orthopedisch technoloog, verpleegkundige, psycholoog en diëtist werk je tijdens de revalidatie aan het herstel van je fysieke en mentale gestel. Hoe mobieler je uiteindelijk bent, hoe onafhankelijker je bent van mensen om je heen. Familie, vrienden, andere geamputeerden en medisch specialisten kunnen je op allerlei manieren bijstaan tijdens de revalidatie.

Om te voorkomen dat er complicaties plaatsvinden na de operatie is het belangrijk dat er goede zorg wordt verleend. Niet alleen door anderen, maar ook door jouzelf! Complicaties hebben vaak negatieve invloed op de wondgenezing en stompconditie en het is juist belangrijk dat de wond goed geneest, je zo min mogelijk pijn ervaart, ophopingen van vocht (oedeem) worden voorkomen en de stomp goed gevormd wordt. Het afleren van oude, slechte, gewoontes is daarbij heel belangrijk. Niet roken en de juiste voeding zijn aspecten die je bijvoorbeeld zelf kunt aanpakken.

Wondgenezing en stompvorming

De huid heeft verschillende functies, die verstoord kunnen worden door het dragen van een prothese. Het is daarom belangrijk dat de wond en stomp goed verzorgd worden, zelfs al voordat je een prothese gaat dragen, zodat de wond goed heelt en de stomp goed gevormd wordt. Verplegend personeel, de chirurg en jijzelf kunnen hierbij actief betrokken worden. Een optimale stomp heeft onder andere een fraai litteken, geen drukplekken, een goede bloedcirculatie, optimale spierkracht en voldoende beweeglijkheid in de gewrichten.

Pijn aan het restledemaat

Veel mensen ervaren het plaatselijke pijn in het restledemaat na amputatie. Dit wordt restledemaatpijn of nociceptieve pijn genoemd en kan acuut of chronisch zijn. Vertel je medisch team altijd over pijn die je ervaart na amputatie. Acute pijn is altijd een waarschuwingsteken voor een lichamelijke aandoening. Chronische pijn duurt meer dan zes maanden.  

Enkele veel voorkomende oorzaken van pijn na amputatie zijn: 

  • Drukpunten door slecht passende prothesen 
  • Neuromen (goedaardige zenuwknopen op de plaats van een doorgesneden zenuw) 
  • Botinfectie 
  • Weke deleninfecties 
  • Necrotisch spiergebied 
  • Niet genoeg afgeronde botrand 
  • Slijtage van nabij gelegen gewrichten 
  • Bloedsomloopstoornissen 
  • Veneuze congestie 
  • Vasodilatatie 
  • Slechte bedekking van zacht weefsel, overhang van zacht weefsel 
  • Verklevingen van de huid en botten 
  • Wratachtige weefselvergroting of andere huidveranderingen 

Als je pijn blijft ervaren, zelfs nadat je prothese is aangepast of pijnstillers worden gebruikt, kan uw arts een corrigerende operatie voorstellen. 

Fantoompijn

Fantoompijn treedt op wanneer mensen pijn ervaren in een lichaamsdeel dat is geamputeerd. Onderzoek toont aan dat 74,5% van de ondervraagde geamputeerden fantoompijn ervoer.  

De oorzaken van fantoompijn zijn niet helemaal bekend, maar het is bekend dat fantoompijn vaker voorkomt wanneer iemand langer pijn heeft vóór de amputatie. Dit wordt "pijngeheugen" genoemd. Fantoompijn kan op verschillende tijdstippen optreden. Sommige beïnvloedende factoren zijn stress, weersveranderingen, blootstelling aan kou, mechanische irritaties, plassen of poepen.  

Pijnbehandeling ondergaan voorafgaand aan amputatiechirurgie en/of bepaalde chirurgische technieken uitgevoerd onder algehele anesthesie, kunnen fantoompijn verminderen. De beste voorzorgsmaatregelen tegen fantoompijn zijn een goed uitgevoerde operatie en een vroege, consistente pijnbeheersing.  

Behandeling voor fantoompijn hangt af van de intensiteit en de duur. Medicatie, massage en compressietherapie kunnen worden gebruikt om pijnaanvallen te behandelen. Fantoompijn kan ook worden verminderd door een goed passende prothese te gebruiken vanwege de gunstige koppeling van de huidzenuwen naar de hersenen. Bovendien zijn er andere therapeutische en farmacologische behandelingsopties. 

Als de fantoompijn na een pijnloze periode optreedt, kan dit andere onderliggende aandoeningen hebben, zoals een hernia die uitstraalt naar het getroffen ledemaat. Overigens hebben kinderen minder vaak last van fantoompijn.  

Patiënten met fantoompijn moeten op zoek gaan naar voorzieningen of medische professionals die ervaring hebben met de behandeling van fantoompijn.  

Fantoomsensaties

Fantoomsensaties verschillen van fantoompijn. Fantoomsensaties zijn waargenomen, niet-pijnlijke gevoelens in het geamputeerde lichaamsdeel. Vanwege het centrale lichaamsschema van de hersenen kunnen patiënten tintelingen (kinesthetische), druk, proprioceptieve en temperatuurgerelateerde fantoomsensaties voelen. 

Afhankelijk van de leeftijd van een persoon, kunnen de sensaties verschillende effecten hebben. Bij oudere patiënten komen ze vaker voor. 

Fantoomsensaties vereisen meestal geen therapie, maar patiënten moeten zich hiervan bewust zijn en hun ervaringen hierover aan hun medisch team meedelen. 

Mobilisatie

Na een amputatie is het belangrijk de overgebleven spieren goed te trainen en sterk te maken. De bewegingsmogelijkheden van uw spieren en gewrichten kunnen afgenomen zijn en oefeningen kunnen je helpen je spieren sterker te maken. Tijdens deze mobilisatiefase krijg je speciale oefeningen van de verschillende specialisten die met jou samen aan je revalidatie werken; je revalidatiearts, de fysiotherapeut of ergotherapeut. Deze oefeningen kun je uitvoeren in bed of op een behandelbank bij je therapeut. Het is belangrijk dat je deze goed en bewust uitvoert zodat je spieren aansterken. Dit helpt je in een later stadium bij het lopen met een prothese. Voor alle oefeningen die je doet geldt: overleg ze eerst met je therapeut, arts of verpleegkundige voordat je ze zelfstandig uit gaat voeren!

Enkele oefeningen

Tijdens de mobiliteitsfase zal je stomp goed in de gaten worden gehouden en wanneer de dokter vindt dat de wond voldoende genezen is, mag je het ziekenhuis verlaten. De oefeningen die je tijdens deze fase in het ziekenhuis uitvoerde, kun je thuis blijven herhalen tot het moment dat je in aanmerking komt voor een eerste prothese.